Let op: Dit artikel is een AI-gegenereerde vertaling.
Zodra je BIMcollab space actief is, is de volgende stap het verfijnen van de werking als Document Management System (DMS). Dit artikel richt zich op de meer geavanceerde configuratie-opties die beschikbaar zijn aan de beheerderszijde, specifiek binnen het tabblad DMS.
Aan het einde van deze handleiding heb je de documentmetadata en naamgevingsconventies ingesteld, de ruimtelijke en projectstructuren aangemaakt, gebruikers toegewezen aan fasegebaseerde werkgroepen en workflows voorbereid voor documentgoedkeuringen.
💡 Tip: Lees in dit artikel hoe BIMcollab een geïntegreerde ruimtelijke structuur, projectstructuur en gebruikersstructuur gebruikt om je te helpen projectdata te organiseren en toegang te geven binnen je space: Documentbeheer organisatie: ruimtelijke, project- & gebruikersstructuren
1. DMS-tabblad
Als beheerder kun je de DMS-instellingen openen door op het tandwiel-icoon te klikken om het beheerdersgedeelte te openen en vervolgens het DMS-tabblad te selecteren.
2. Stel de metadata-velden in
Het is bij elk project belangrijk om een duidelijke en consistente datastructuur te gebruiken.
In BIMcollab kan dit door als beheerder space-metadata te definiëren.
In de projectomgeving kunnen teamleden zien welke metadata beschikbaar is in hun space via het tabblad Settings en vervolgens naar het Document Management-menu te gaan:
Een Projectleider kan hier ook een document-uploadinstelling kiezen:
Standaard uploadinstelling (slepen en neerzetten) waarbij metadata optioneel is.
Geavanceerde uploadmethode waarbij metadata verplicht is.
📝 Let op: Deze uploadmethode kan per project worden ingesteld. Lees dit artikel voor meer informatie: Documenten uploaden
2.1 Definieer Disciplines, Labels, Custom fields en Statussen
Als je weet dat je projectteams de geavanceerde uploadinstelling gaan gebruiken, kun je deze verplichte metadata-velden instellen onder Settings in het DMS-beheer tabblad. Deze velden, vooraf gedefinieerd door beheerders, verschijnen dan automatisch als keuzelijsten wanneer gebruikers documenten toevoegen aan hun projecten.
Hieronder vind je een lijst van alle velden die kunnen worden toegevoegd en hun beschrijvingen. Elke nieuwe waarde kan worden toegevoegd onder het gewenste veld door op de knop Toevoegen rechtsboven te klikken.
Disciplines
Disciplines
Alle Companies kunnen worden gecategoriseerd op hun vakdiscipline. Elke Company hoort bij een discipline, die door de beheerder kan worden ingesteld. Meerdere Companies kunnen tot één discipline behoren. Bij het toevoegen van een nieuwe discipline kun je de naam, de code (afkorting van een discipline in 3 tekens) en een duidelijke omschrijving toevoegen.
Labels
Labels
Labels zijn erg handig bij het filteren van documenten. Ze kunnen gebruikt worden om elk ander kenmerk in je project te definiëren dat nodig is. Alle documenten kunnen voorzien worden van één of meerdere labels.
Custom fields
Custom fields
Met Custom fields kun je extra informatie toevoegen aan je project die niet in andere velden wordt vastgelegd.
Statussen
Statussen
Wanneer een document wordt geladen en tijdens de workflow, krijgen documenten een status. De voortgang van workflows binnen BIMcollab is ook afhankelijk van de documentstatus. Om gestandaardiseerde statuswaarden te hebben, kunnen beheerders deze toevoegen via het Status-menu.
2.2 Maak documentnaamgevingsconventies aan
Consistente documentnaamgevingsconventies zijn essentieel voor een duidelijk en doorzoekbaar DMS. Beheerders kunnen naamgevingsconventies instellen door vooraf gedefinieerde metadata-velden zoals Company, Discipline, Locatie, Project en Projectfase te combineren tot een gestructureerd naamgevingsformaat.
Er is ook een Vrij veld opgenomen waarmee elke documentnaam uniek wordt, zodat gebruikers een reeks cijfers of letters kunnen invoeren.
Na het aanmaken kunnen Projectleiders documentnaamgevingsconventies toepassen op hun project via het tabblad Settings.
3. Stel de ruimtelijke structuur in
3.1 Terminologie aanpassen
De ruimtelijke organisatie van BIMcollab gebruikt standaard terminologie die gangbaar is in de bouwsector (gebouw, deel, verdieping). Er is een optie om deze te vervangen door alternatieve, meer algemene termen die geschikt zijn voor infrastructuurprojecten en andere toepassingen, zoals hieronder weergegeven:
Standaard (bouw) terminologie | Alternatieve (algemene) terminologie |
Gebouw | Asset |
Gebouwdeel | Deel |
Gebouwverdieping | Level |
Wanneer ingeschakeld, wordt de aangepaste terminologie overal in je space toegepast en kunnen de twee terminologieën niet door elkaar gebruikt worden. We raden aan dat de beheerders van de space een terminologie kiezen die past bij jullie projecttypes en deze instellen voordat projecten worden gestart. Wil je deze functie inschakelen, neem dan contact met ons op via [email protected] of de chat, dan zetten wij het aan voor je space.
3.2 Maak Locatie, Kavels, Gebouw en Verdiepingen aan
Onder Locatie kan de space-beheerder de ruimtelijke structuur van de space definiëren. In BIMcollab kun je documenten en data koppelen aan de ruimtelijke structuur van het gebouw. Deze structuur groeit mee met de ontwikkeling van het gebouw, dus elke fase heeft een eigen ruimtelijke structuur.
Dit stel je in via het tabblad Locaties in de beheeromgeving.
De huidige ruimtelijke structuur bestaat uit 5 onderdelen:
Locaties - Elke space kan meerdere Locaties bevatten, die worden aangemaakt door de space-beheerder. Een Locatie vertegenwoordigt een fysiek gebied met één of meer kavels en gebouwen. Voor grote terreinen kan één Locatie meerdere kavels, gebouwen en projectfasen omvatten.
Bij het definiëren van de ruimtelijke structuur is het belangrijk om te plannen hoe je Locaties georganiseerd moeten worden. Locaties kunnen ook gegroepeerd worden in Locatiegroepen om het beheer en de indeling binnen de space te vergemakkelijken.
Kavels - Een kavel is een stuk grond waarop een gebouw wordt geplaatst. Een kavel kan een eigen ruimtelijke structuur, documenten en data bevatten. In een locatie kun je één of meerdere kavels toevoegen.
Gebouw - Een gebouw is de weergave van het fysieke bouwwerk dat gerealiseerd wordt. Op één kavel kunnen meerdere gebouwen staan, en elk gebouw heeft een eigen ruimtelijke structuur.
Gebouwdelen - Een gebouw kan worden opgedeeld in afzonderlijke delen, wat helpt om projectacties per deel te groeperen.
Verdiepingen - Verdiepingen definiëren de lagen van de ruimtelijke structuur. Eenmaal gedefinieerd kunnen ze projectbreed gebruikt worden met gestandaardiseerde benaming.
⚠️ Let op: Volgens deze structuur is de aanbevolen volgorde voor het instellen van je ruimtelijke structuur:
Locatie toevoegen > Kavel toevoegen > Gebouw toevoegen > Gebouwdeel of Verdieping toevoegen
3.3 Projectfasen
Projecten kunnen worden opgedeeld in fasen, die specifieke periodes of reeksen gebeurtenissen binnen een project aanduiden.
Projectfasen kunnen optioneel ook gekoppeld worden aan de ruimtelijke structuur, zodat delen van de structuur door projecten worden beheerd. Meerdere projecten kunnen aan één ruimtelijke structuur gekoppeld zijn. Zo kun je verschillende projecten aanmaken die los van elkaar plaatsvinden binnen dezelfde structuur. Een projectfase kan gelden voor één of meerdere kavels, gebouwen of gebouwdelen.
Projecten worden aangemaakt vanuit de projectomgeving, maar alle projecten zijn terug te vinden in het Project-tabblad van de DMS-beheerpagina.
Standaard bevatten nieuwe projecten geen fasen. Om een fase toe te voegen, selecteer je het project uit de list en klik je vervolgens op de knop Voeg projectfase toe.
📝 Let op: Wil je meer weten over het beheren van projectfasen en het koppelen van ruimtelijke structuur? Lees dan dit artikel: Projectfasen beheren
4. Werkgroepen aanmaken
In BIMcollab worden gebruikers eerst toegevoegd aan projecten als team member in de projectomgeving.
Op projectniveau hebben zij bepaalde rechten voor Document Management functionaliteit, afhankelijk van hun team member-rol.
Op faseniveau hebben zij bepaalde rechten voor Document Management functionaliteit, afhankelijk van hun werkgroeprol.
📝 Let op: Meer informatie over het toevoegen van gebruikers en team members aan je projecten vind je in deze artikelen:
Bekijk ook de verschillende rollen binnen BIMcollab hier:
Gebruikers krijgen pas toegang tot projectfasen in de projectomgeving wanneer ze zijn toegevoegd aan een werkgroep en deze werkgroep toegang heeft tot bepaalde fasen.
4.1 Werkgroeprollen aanmaken
Met werkgroeprollen kunnen beheerders rechten instellen en bepalen tot welke functionaliteit van Document Management gebruikers met deze rollen toegang hebben. Lees meer over werkgroeprollen en hoe je ze aanmaakt en bewerkt in dit artikel: Werkgroeprollen.
Rollen worden toegekend per projectfase. Als een gebruiker in meerdere werkgroepen zit, kan deze meerdere rollen hebben binnen een project(fase). In dat geval worden de rechten samengevoegd en heeft de gebruiker de rechten van alle rollen in alle teams.
Zodra je een nieuwe werkgroeprol toevoegt, kun je de rechten en toegang aanpassen door op de gewenste werkgroeprol in de list te klikken. In het volgende venster kies je vervolgens Rechten of Toegang tot bestandsformaten. Werkgroeprollen worden aan gebruikers toegekend wanneer je ze toevoegt aan werkgroepen in het tabblad Werkgroepen.
4.2 Werkgroepen aanmaken
Werkgroepen zijn groepen gebruikers die gekoppeld zijn aan één of meer fasen. Bij het toevoegen van een nieuwe werkgroep selecteer je in het volgende venster aan welke projectfasen deze werkgroep Actief zal zijn. Door een werkgroep aan een projectfase te koppelen, krijgen de leden van de werkgroep direct toegang tot deze projectfase. In de projectomgeving kan een lid van een werkgroep alleen de projectfasen zien waaraan de werkgroep is gekoppeld.
4.3 Gebruikers toevoegen aan werkgroepen en een werkgroeprol toewijzen
Om gebruikers toe te voegen aan een werkgroep, klik je op de werkgroep in het overzicht en kun je onder Werkgroepsleden gebruikers toevoegen. Bij het toevoegen van een nieuwe gebruiker aan de werkgroep kun je ook direct een werkgroeprol toewijzen (die eerder is aangemaakt onder Werkgroeprollen). Door gebruikers te groeperen in werkgroepen met toegang tot specifieke fasen en rollen toe te wijzen aan individuele gebruikers, bepaal je hun toegang en rechten binnen het project.
Voor bepaalde abonnementen is de informatie over werkgroepen en projectfasen waar gebruikers deel van uitmaken zichtbaar onder Space Beheer > DMS > Gebruikers.
5. Workflows
Met workflows kun je elk documentproces vertalen naar een geautomatiseerde workflow. Gebruik gestandaardiseerde acties zoals audit, review, stempelen of notificaties, en stel de volgorde, deadline en voorwaarden in. De workflow wordt vervolgens automatisch uitgevoerd om de voortgang te bewaken en taken te coördineren.
Via een workflow kun je een reeks acties ontwerpen die automatisch starten wanneer een nieuw document (dat voldoet aan de ingestelde workflow-eisen) wordt geüpload. Een serie acties wordt in een vaste volgorde uitgevoerd zodra het document wordt bijgewerkt.
📝 Let op: Lees meer over het toevoegen van workflows en mogelijke workflowstappen in dit artikel.















